GamesCom is matig en daar werken wij aan mee

Het is inmiddels twee weken geleden dat de GamesCom haar 250.000ste bezoeker vaarwel zwaaide en de deuren met een doffe klap dichtsloegen. De organisatie noemt het hele evenement een succes. Een ongekend aantal bezoekers – zowel gamers als pers – die allemaal voor de games komen, een groot aantal standhouders, een tevreden beursleiding. De GamesCom editie van 2013, weer in Augustus en weer in Keulen, zit al in de planning.

Wij van Duimschroef waren ook op de GamesCom, u zult het gemerkt hebben aan de artikelen over Tomb Raider, Hitman, XCOM en meer de afgelopen dagen. Vier ‘Schroevers’ reisden af naar Keulen. Twee dagen liepen we rond op de GamesCom, zowel op de persdag woensdag als de donderdag, de dag dat het publiek toegang kreeg tot het evenement. En alhoewel ik niet heel veel ervaring heb met gamesevenementen – of misschien juist omdat ik niet veel ervaring heb met dit soort conferenties – vielen een aantal zaken op die echt een stuk beter kunnen. Want GamesCom is eigenlijk disfunctioneel. En daar is de gamespers zelf ook debet aan.

Hifi herrie

Er zijn een aantal dingen grondig mis aan de GamesCom, maar laten we beginnen met het publieke gedeelte. In zes à zeven grote hallen schreeuwen de uitgevers en ontwikkelaars het hardst om de aandacht. Men hoopt dat herkenning je naar een stand van Warface of Borderlands 2 of League of Legends trekt en dus knalt herkenbare dubstep door de speakers terwijl gigantische posters met digitale vrouwtjes inclusief inkijk of bewegende, pulserende videoschermen om je aandacht vragen. Zijn deze bits and bytes afdoende, dan zijn er altijd nog de immer aanwezige boothbabes in daisy dukes in de kleuren van de uitgever die je aandacht moeten trekken. Misschien had ik hier niet van op moeten kijken. Subtiliteit is immers ver te zoeken op zo’n beurs. Dat is vaker zo, maar een vrachtwagenlading knallende beats en pompende visuele cues bevestigen dit nogmaals.

Ik herinner me een frappante anekdote van de First Look vorig jaar, waarin een uitgever bij zijn concurrent aan de andere kant ging klagen omdat de videoschermen zó groot en fel waren dat deze beelden reflecteerden op de demopods aan de andere kant. Ook stond het geluid bij de concurrent zo hard dat de trailers van de beste man aan de overkant niet meer te horen waren. En dat is de First Look. Dit is GamesCom. Dit is erger.

Het levert frappante GamesCom-momenten op als je tussen twee stands staat en in je rechteroor een trailer van een schietspel je hoorkanaal tracht te perforeren terwijl je linkeroor gekieteld wordt door de nieuwste hit van Deadmau5. Niet dat je rechts of links afslaat, natuurlijk. Rechtdoor, doorlopen, niet wegkijken, niet afslaan. Weg hier.

Voeg tienduizenden, honderdduizenden gamers aan deze kakafonie toe en de chaos is compleet.

Maar al deze hongerige fans zorgen voor een ander opmerkelijk en zorgelijk fenomeen: gigantische rijen. Op woensdag, de dag dat er nog geen publiek aanwezig was, heb ik samen met een collega een uur moeten wachten voor Assassin’s Creed 3. Een uur aansluiten in een rij met enkel gamespers, maar hier ga ik later verder op in. Dit wachten werd beloond met een videodemonstratie van vijf minuten en twee korte speelsessies van zeven minuten elk. Eén dag later, onder de druk van de vele bezoekers, moest je voor precies dezelfde ervaring vijf uur in de rij staan.

Dit is een probleem. Want niemand gaat een goede speelervaring overhouden nadat hij vijf uur gewacht heeft voor vijftien minuten daadwerkelijk gamen. Je wacht twintig keer langer dan je kunt spelen. Dit is geen rendement waar je naar op zoek bent als bezoeker. Ik vind games ontzettend leuk, maar ik ben niet gek. En dit is meteen een probleem voor de uitgevers en dus ook voor de beurs zelf, want uitgevers willen hier hun game adverteren. Dit willen ze zo doen dat de bezoeker een positieve indruk krijgt van die game. Dat hij enthousiast is en het deelt met zijn vrienden of zijn timeline. Dat hij naar huis gaat en meteen de pre-order plaatst. Maar het wachten verzuurd de ervaring zo erg, dat hier geen sprake van is. Op een dag van acht of tien uur kan je twee, misschien drie, triple-A titels zien.

Kramp overal

Als je dan eenmaal aan het spelen toe komt, dan zijn de condities van het spelen vaak ook suboptimaal. Als je kan zitten heb je mazzel, maar vaak speel je games staand achter een demopod. De harde, plastic arm die de controller vastpakt als een verwend kind in de Intertoys wil niet buigen zoals jij het wil. Nu ben ik vrij lang, maar dat ik als Quasimodo voorovergebogen moet staan met opgetrokken schouders omdat ik de controller niet naar me toe kan trekken, maakt de speelervaring alsmaar slechter. En er is meer.

De HD-schermen waar je vlak met je snufferd voor staat doen de Xbox 360-games geen goed. Je kunt de pixels letterlijk tellen. Komt nog eens bij dat deze televisies vaak slecht afgesteld staan. Noem me verwend, noem me een zeur, maar waarom mag je geen goede speelervaring verwachten van een beurs? Het is overigens niet overal kommer en kwel. Activision had voor Call of Duty: Black Ops 2 maar liefst 72 consoles klaar staan voor een demonstratie, inclusief een lekkere stoel en een comfortabele headset. In het persgedeelte kan je ook lekker zitten. Het kan dus wel. Aan de andere kant blijft het een loterij, want van de buitenkant kunnen consumenten niet zien of ze kunnen loungen op de bank of dat ze moeten staan voor fletse schermen met een starre controller in de hand. Daar wacht je dan al die uren voor.

De drukte, de herrie, het lange wachten en de wisselende gamecondities maken dat dit geen beurs is voor de consument, ook al zegt men van wel. De oplossing is vrij eenvoudig: gewoon minder kaarten verkopen. Natuurlijk levert dit minder geld op voor de beursleiding, maar de beurs leeft bij de gratie van zowel de uitgevers als de consumenten. En door de erbarmelijke speelervaring voor de consumenten, een ervaring zó aangetast door alle matige randverschijnselen, zijn de uitgevers weer minder happy. Met minder mensen aanwezig is er ook minder druk om ruimte-efficiënte demopods en staanplaatsen te gebruiken. Een stoel en een fatsoenlijke afstand tot het scherm doet wonderen voor het speelplezier.

Pers, in alle soorten en maten

Ik wist niet dat er zoveel journalisten waren in Europa. Zoveel vakbroeders, daarvan maakt mijn hart een sprongetje. Al die gedreven mensen, op zoek naar interviews met ontwikkelaars en op zoek naar indrukken van de nieuwste games. Maar zo werkt het helaas niet. Miodrag Kovachevic legt het treffend uit:

As if my life were a sitcom, the moment I entered the first big hall was when one of the stage shows started. A dubstep trailer echoed throughout the whole area, the stage occupied by cosplayers there to promote the game. This wasn’t what got to me, though. The moment one of the employees showed up on stage, likely a developer or community manager, the crowd went wild. “Do you want free stuff?!” he yelled, showing a paper bag full of swag, zoomed-in and displayed on the actual stage monitor. The audience yelled with the sync of a Swiss avalanche. You could practically hear the drooling. This was happening on a press day? Who was I supposed to be disgusted with? The media in the audience or the developers on stage? The ones acting like a pack of badgers or the ones exploiting that? The whole scene made me sick and I just kept walking. Somewhere, anywhere, just to get away.

Net als de bezoekers is er teveel pers. Gewoon de helft minder uitnodigen. En om de hand maar meteen in de eigen boezem te steken, Duimschroef was met vier man op de GamesCom aanwezig. Had terugkijkend ook wel met twee man gekund. Ik wil hier niets wegnemen van het werk van al mijn collegae, maar als je verbeteringen voorstelt dien je die ook op jezelf toe te passen. Twee man is genoeg. Hierdoor moeten er namelijk keuzes gemaakt worden. Wat ga ik zien en wat niet.

Want ik heb zelden een meer apathische houding meegemaakt dan van collega-gamespers dat weekend. Als een ontwikkelaar een demonstratie geeft – en dat doet zo’n man echt vijftien keer op een dag – heb dan tenminste het fatsoen om op te letten en niet constant op je BlackBerry te kijken wanneer je volgende afspraak is. Wees er met je hoofd bij en stel een intelligente vraag. Vinden ze leuk.

Laat ik een klein voorbeeld geven. Bij de presentatie van End of Nations, gemaakt door Petroglyph (het oude Westwood), vertelde de lead-developer dat de muziek gemaakt is door Frank Klepacki. Nu weet ik niet veel van de Command & Conquer-franchise, maar ik herinner me de naam ‘Frank Klepacki’ van het nummer van de oude Red Alert soundtrack. Ik vraag of het dezelfde Klepacki is als van dat nummer Hellmarch. Wist ik natuurlijk wel. Maar als een collectief veerden de lead-developer en twee andere ontwikkelaars op. Inderdaad! Frank Klepacki! Meteen begint de man enthousiast te vertellen over de top-50 beste gamesmuziek samengesteld door IGN en de hoge notering van dat nummer. De presentatie kabbelt door.

Als dit klinkt als een veer in mijn eigen kont steken – en bij het teruglezen bemerk ik inderdaad een hoog Ivo Niehe-gehalte – dan is dat niet mijn bedoeling. Wat ik bij die presentatie heb gedaan is niet knap of uniek. Dit kan iedereen. Maar grote publicaties sturen een legbatterij journalisten op dit evenement af en plannen hun agenda’s helemaal vol. Je merkt het zo als een journalist niks met de game heeft die hij ziet. Wat zonde van die plek, want er kan ook een enthousiast iemand zitten.

Dus, afsluitend, GamesCom moet strenger zijn wie van de pers toegang krijgt. Minder journalisten per publicatie. Minder publicaties. Laat de pers hun games en presentaties uitkiezen. Geef ontwikkelaars de mogelijkheid om uitgebreid op interviews in te gaan. Er komt meer ruimte vrij voor de journalist om zelf te spelen, in plaats van het bijwonen van ingestudeerde demonstraties door ontwikkelaars. Het zal betere artikelen opleveren, iets waar de hele industrie weer van profiteert.

GamesCom moet en kan een stuk beter. Hoe het nu is, is deels onze schuld. Laten we ook de verbeterslag ons eigen maken.

p.s. Misschien nodig of handig om te vermelden is dat dit artikel alleen mijn – Dina’s dus – opvatting is. Duimschroef is een verzameling stemmen, maar het bovenstaande is mijn stem en mijn stem alleen.


Vorig artikel:
Volgende artikel:

9 reacties op “GamesCom is matig en daar werken wij aan mee”

  1. Ik begrijp sowieso niet waarom alle ontwikkelaars er voor kiezen om hun nieuwe games op een crappy Xbox te demonstreren. Je wilt toch ontzag wekken met je nieuwste game? Zet dan gewoon een paar brute pc’s neer die gewoon goeie beelden kunnen produceren. Ik snap best dat de Xbox een stuk goedkoper of zelfs gratis is, maar het lijkt natuurlijk nergens naar.

  2. 2 jaar geleden was ik op de Autosalon in Geneve, ook op de persdag. Het viel me inderdaad op hoe druk het was.

    Wat me het meest tegenviel was het feit dat je min of meer bevoorrecht moest zijn om bepaalde dingen te zien of voelen. We konden trouwens wel overal terecht voor eten en drinken, dat was relaxed.

    Ik heb soms het gevoel dat zo’n beurs in feite een must is, iets wat moet, maar eigenlijk niet hoeft.

    Voor mijn werk ga ik 2 keer per jaar naar de brillenbeurs, maar dat is echt om in te kopen en de nieuwste dingen zien.

    Dina Reply:

    “Voor mijn werk ga ik 2 keer per jaar naar de brillenbeurs

    en de nieuwste dingen zien.”

    :)

    Nacho_Vidal Reply:

    Jaaahaaa

    Nutbag Deluxe Reply:

    tube.com/watch?v=jItz-uNjoZA&

    Nacho_Vidal Reply:

    http://tinyurl.com/d8t5tlx

    Nutbag Deluxe Reply:

    http://tinyurl.com/bncovaq

  3. Respect voor je visie, ben het ook met je eens. Het lijkt er steeds meer op dat (game)journalisten niet meer zijn dan reclamefuiken voor ontwikkelaars en studios. Het citaat van Miodrag Kovachevic bevestigt dit des te meer.

    Wat mij opvalt is dat reviews over het algemeen ook altijd positief zijn, een enkele keer niet, maar dat zijn dan ook echt dramatische games.

    Het lijkt een beetje dat objectieve kritiek wordt gezien als gezeik of cynisme, maar niets is perfect toch?
    Ik herriner me een discussie hier op DS over het geven van hoge cijfers m.n. een 10, maar ook de frequentie dat 9ens worden weggegeven. Dit fenomeen heeft hier naar mijn mening mee te maken.

  4. Hier zeg ik amen op. Vorig jaar voor de eerste keer naar GamesCom gegaan zonder echte verwachtingen over wat ik wel of niet zou meemaken op beurs. De drukte en belabberde opzet van de beurs zorgden ervoor dat die dag vooral gebruik is gemaakt van de OV-pas van Keulen, die gratis bij het ticket in zat. Een half dagje biertjes drinken in Deutschland was gelukkig wel erg leuk. Het was duidelijk goed gegokt dat dezelfde problemen dit jaar weer zouden ontstaan.

Plaats uw reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.

Powered by JK IT