Review – Bodycount

Het lijkt de verkeerde kant op te gaan met Codemasters. Het kantoor in Arnhem – dat verantwoordelijk was voor de Benelux – werd recent gesloten. De studio die de game waar deze review over gaat heeft gemaakt, is nog geen twee weken na de release op slot gegaan en het management heeft aangegeven zich enkel nog op racegames te gaan richten. Oftewel, de F1- en Dirt-series; de enige titels van de Britse uitgever die het wel enigszins goed doen. Onder andere Worms, Operation Flashpoint en het Nederlandse Overlord lijken daarmee voorlopig in de ijskast te verdwijnen.

Bodycount ligt inmiddels ook alweer enkele weken in de schappen. Heeft u het gemerkt? Neen, Jacques-du-Jungle ook niet, waardoor het spel nogal laat in mijn brievenbus belandde. Ik was daarvoor natuurlijk alvast wat reviews gaan lezen en had op zijn zachtst gezegd weinig zin om aan de game te beginnen. “Een korte, oninteressante shooter die features van succesvollere games probeert te kopiëren, maar daar slechts mondjesmaat in slaagt”, dat is zo’n beetje de samenvatting die ik meekreeg van al die reviews. Maar goed, ik laat me natuurlijk niet beïnvloeden door de mening van anderen, dus hier mijn kijk op Bodycount.

In één regel gaat Bodycount over een agent van ‘The Network’ die het in verschillende landen opneemt tegen een geheimzinnige (maar overduidelijk slechte) organisatie die ze zelf ‘The Target’ noemen. Wat The Network zelf precies is, wie jij bent of wie er achter de vrouwelijke stem die je over de radio hoort zit, wordt echter nooit helemaal uitgelegd voordat je middenin een Afrikaans oorlogsgebied wordt gedropt.

Met een automatisch wapen en een onlogisch zwakke shotgun wordt er van me gevraagd een communicatietoren uit te schakelen. Enkele straten verderop staat die toren en na hem uitgeschakeld te hebben klinkt de volgende opdracht door de radio: “bla bla bla, activate the power sources!” Okee, maar waarom dan? Ik heb tot op dat moment nog geen enkele beweegreden gehoord en volg eigenlijk gewoon de waypoints die er op mijn radar verschijnen. Geen boze generaal met sigaar die me ‘a new one ript’, geen geheimzinnige man in pak die me ‘top secret’ opdrachten geeft en geen ambitieuze korporaal die de orders van de leiding doorsluist. Niets! Zelfs de hoofdpersoon is een doofstomme. Bodycount is een volledig gezichtsloze game met dito vijanden.


 

Dom en onberekenbaar

Voor een FPS oogt de game erg grof, alsof je op een te lage resolutie speelt. De omgevingen zijn an sich wel weer best aardig ontworpen en variëren ook veel; van de Afrikaanse krottenwijk ga je naar futuristische basissen (waarvan de ontwerper duidelijk groot fan is van Tron) en door naar een mistige Chinese stad. Door het eerder genoemde gebrek aan enige persoonlijkheid leeft het allemaal echter totaal niet, maar vooruit – het voldoet. Qua vijanden is het al niet veel dikker bezaaid: je hebt de standaardsoldaat, een iets snellere die power-ups steelt en een heavy soldaat met een zwaarder wapen.

De actie is zoals je die van een FPS mag verwachten: rennen naar doelstellingen, munitie verzamelen en veel schieten. Heel veel meer doe je niet. Toch vallen er enkele dingen op: in plaats van het inmiddels bekende coversysteem is er bijvoorbeeld gekozen voor het ouderwetse ‘leanen’. Met de linkertrekker nagel je je personage vast aan de vloer en verandert je loop-stick in een ‘lean-stick’. Vroeger was dit de standaard (gezet door de eerste Medal of Honor als ik me niet vergis) en het voelt voor een oude rot dan ook snel vertrouwd. Voor de snelle, explosieve actie die de game je voorschotelt zou het overigens toch ook ongepast zijn om achter een muurtje te gaan zitten wachten tot je health weer vol is. Gaandeweg wordt overigens nog een poging gewaagd iets van stealth te introduceren, maar de A.I. is veel te dom en onberekenbaar om daar serieus iets mee te doen.


 

Onooglijk, Standaard, Beperkt

Een andere curieuze designbeslissing is de manier waarop je ammo en power-ups verzamelt. Als je een vijand doodt laat deze blauwe, gele en rode icoontjes vallen die als je erbij in de buurt komt naar je toe gezogen worden. Het doet denken aan de ‘experience’, ‘health’ en ‘mana orbs’ uit God of War, en daar is het waarschijnlijk ook op gebaseerd. De icoontjes zijn echter precies dat: icoontjes, 2D-sprites die met je mee draaien als je er omheen loopt. Het lijken wel placeholders en het geeft niet het idee dat er erg veel werk in is gestoken.

Verder is het ammo en power-ups verzamelen vrij standaard: de rode en gele rondjes zijn voor kogels, mijnen en granaten en de blauwe vertegenwoordigen ‘Intel’, waarmee je een power-up metertje oplaadt. Met dat metertje, in de game ‘OSB’ genoemd (geen idee waar het voor staat), kun je korte tijd onverwoestbaar worden of exploderende kogels afvuren, een grondbombardement inroepen of een totaal nutteloze radar aanzetten. Wapens wisselen gaat aan de hand van opslagpunten, waar je je twee wapenslots kunt vullen met een zeer beperkte selectie aan wapens. Zoals ik al zei: vrij standaard allemaal.


 

Dus ja…

Bodycount oogt en voelt aan alsof Codemasters’ beslissing om enkel nog racegames te gaan maken halverwege de ontwikkeling is gemaakt en ze toen hebben geprobeerd de schade te beperken. Alsof het een wonder is dat Bodycount überhaupt nog uitgekomen is. Andere non-race titels van Codemasters zijn bijvoorbeeld wel in zijn geheel geannuleerd, maar in Bodycount zag men klaarblijkelijk nog iets. Door het schrappen van veel kersen op taarten en puntjes op i’s is het echter inderdaad die oninteressante game geworden waar de reviews me al voor waarschuwden. Iets dat ook terug te zien is in de absurd korte campaign (in een middagje doorheen te blazen), een multiplayer die – als je al kunt connecten – enkel het absolute minimum bevat, het zeer beperkte aantal wapens en het recyclen van omgevingen. Toch vond ik Bodycount niet extreem slecht, de actie was ouderwets snel en bij vlagen ook uitdagend en intens. Prima budgetbaktitel zou ik zeggen. Een zekere andere oldschool shooterheld kan er in ieder geval een dikke vette punt aan zuigen.
 

Cijfer: 6

Bodycount is ontwikkeld door Codemasters’ naamloze studio in Guildford (GB) en wordt logischerwijs ook uitgegeven door Codemasters. De game ligt al ruim twee weken in de winkels en is inmiddels voor onder de €30 te verkrijgen.


Vorig artikel:
Volgende artikel:

4 reacties op “Review – Bodycount”

  1. Ik heb de demo even geprobeerd maar merkte toen al meteen dat het echt heel slecht is. Voor 10 euro zou deze game nog wel te pruimen zijn.

    Highres01 Reply:

    IDEM, maar helaas komen er nog n paar hele goede shooters uit,liggen er later nog n paar titels als oa Batman AC, dus gaat deze voor mij nog niet eens n budgetbakkie worden..

    TammeBroektijger Reply:

    Ja heb ik ook, misschien dat ik hem over een half jaar zodra ik alles uitgespeeld heb een keer ga halen.

  2. Als Codemasters zich enkel en alleen nog op racegames gaan concentreren dan hoop ik dat ze gauw met een vervolg op GRID komen. In mijn ogen nog steeds het vetste racespel ooit.

Plaats uw reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.

Powered by JK IT